In het glooiende landschap van het vroegere graafschap Loon ligt het prachtige landgoed Hex. Het werd eind achttiende eeuw gebouwd als zomer- en jachtverblijf van de prinsbisschop van Luik. Kasteel en tuinen liggen op een hoogte die uitkijkt op de vallei van de Herk. Op de zuidwestelijke heuvelflank tegenover het dorp ligt de ommuurde moestuin, zacht hellend naar de zon. Een hoge wal in de rug zet de tuin in de luwte van de oostenwind. De uitstekende bodem van zandige leem maakt menig tuinier jaloers. De moestuin is al meer dan 250 jaar onafgebroken in cultuur en voorziet het kasteel in alle seizoenen van verse groenten en fruit.

Droomjob

Ik ben Gust Duchamps, 48 jaar en vader van drie jonge zonen. Ik studeerde na mijn humaniora biologie en kunst en koos halfweg de jaren 1990 voor een leven als arbeider in het groen. Ik werkte in reservaatbeheer, tuinaanleg en rozen, en verbleef als tuinman op een kasteeldomein in de buurt van Parijs. In 2006 werd ik voltijds tuinbaas op het landgoed van kasteel Hex.

Het is een voorrecht om elke dag op zo’n mooie plek te zijn, maar het werk in een historische tuin brengt ook extra zorgen met zich mee. De oppervlakte van de moestuin van Hex is ongeveer 2700 m². Daarnaast zijn er fruitmuren, bloemenborders, boomgaarden, serres, platte bakken en een groentebewaarkelder. Het grootste perceel is een typische veldjestuin die bestaat uit parallelle rijen van groenten, snijbloemen of klein fruit. Een rij is telkens 25 m.

Intensieve teelt

De verschillende generaties tuinmannen hebben ons een rijkdom aan experimentele kennis nagelaten. De achttiende en negentiende eeuw waren glorietijden voor buitenplaatsen en de kleine tuinbouwbedrijven. Met een biologische landbouw avant la lettre slaagden zij erin het hoogste rendement te behalen en het hele jaar door een diverse oogst van hoge kwaliteit af te leveren, zonder milieuschade of roofbouw op de grond te plegen.

Technieken van zaadveredeling, compostering, vruchtwisseling en klimaatbeheersing zonder fossiele brandstof, én de beste werktuigen dateren uit die tijd. De cultivators, wielschoffels en zaaimachines van toen zijn nog altijd van een ongeëvenaarde mechaniek.

De duurzame levenswijze die eeuwenlang in onze tuinen heerste kreeg een flinke knauw toen in de twintigste eeuw de moderne landbouwtechnieken hun intrede deden. Het gebruik van kunstmest, DDT, grondontsmettingsproducten en chemische fungiciden resulteerde uiteindelijk in onevenwichtige – soms dode – bodems, zwakke planten, een bedenkelijke voedingswaarde en de risico’s van een langzame vergiftiging.

Al twaalf jaar werk ik in de moestuin van Hex terug naar een ecologisch model dat aansluit bij de pre-industriële traditie. Voor mij betekent dat de keuze voor een tuin zonder gif, zonder kunstmest of andere synthetische hulpmiddelen, maar ook de keuze voor het actief herstel en onderhoud van een netwerk van bestaande ecosystemen. Ik probeer in de kringloop van grondstoffen, energiegebruik en waterhuishouding altijd de meest duurzame en milieuvriendelijke oplossingen te vinden.

Een natuurlijke tuin

Ik besteed veel aandacht aan het aandeel natuur in de moestuin door bijvoorbeeld dracht- en waardplanten voor bijen, vlinders en roofinsecten dicht bij mijn teelten te houden en door in de buurt ook voedsel en nestgelegenheid voor vogels en nuttige zoogdieren te voorzien. Daarnaast bewaar ik hout in de randen en respecteer ik zo veel mogelijk de lokale flora. Ik zie de tuin als een schakel in het landschap en investeer graag in de totale leefomgeving, omdat ik weet dat een sterke natuurlijke omgeving grote voordelen biedt voor een moestuin.

Als het er op aankomt oplossingen te bedenken, zoek ik eerst inspiratie in de natuurlijke processen. Veel van mijn kennis komt voort uit observatie. De natuur is niet alleen mijn vriend, maar ook mijn leermeester in de tuin. Tegelijkertijd vind ik studie heel belangrijk. Een goede kennis van de oorspronkelijke biotoop van een plant vind ik bijvoorbeeld cruciaal om zijn behoefte te begrijpen. En de nieuwe ontwikkelingen in de biologie zijn heel interessant om te volgen.

Met de hulp van microben

Onderzoek wijst uit dat mens, plant en bodem massaal bewoond worden door bacteriën, schimmels en eencellige oerdiertjes die, hoewel onzichtbaar voor het blote oog, een noodzakelijke rol spelen in zowat alle kleine en grote processen van het leven. Ik gebruik aftreksels van compost om het microscopisch leven te onderhouden in de bodem en op de plant. Die compostthee voorkomt plagen en bevordert ook de smaak. Biodiversiteit is mijn beste garantie voor een gezond, lekker en voedzaam gewas.

Met mijn collega maak ik compost op een gecontroleerde en aerobe manier met grondstoffen afkomstig van het landgoed: stalmest, hakselhout, bladeren, grasmaaisel en leem. Ik werk ook graag met ruwe natuurlijke mineralen die langzaam in de bodem werken en rijk zijn aan sporenelementen. Ik gebruik bijvoorbeeld lavagruis, gesteentemeel, zeewierkalk of vinasse . In combinatie met compost voeden en verrijken zij de bodem voor lange tijd, en met alle noodzakelijke bouwstenen van het leven.

 


Februari in de moestuin

De gemiddelde buitentemperatuur zit in februari nog onder de tien graden. Onder plat glas is de maximumtemperatuur tegen de twintig graden Celsius, maar ook hier is de gemiddelde temperatuur slechts een graad of acht. Toch is dit voldoende om kool- en Allium-soorten en veel van de bladgewassen te laten kiemen.

Tot half februari is er vooral te weinig licht om te beginnen zaaien. Ik start met zaaien als de dagen bijna tien uur licht hebben en ik weer beweging zie in de natuur.

In de serre overwinteren ook de kamerplanten van het kasteel. We houden de serre in de wintermaanden vorstvrij met een centrale verwarming op aardgas, met radiatoren onder de tafels. Ik probeer te bezuinigen en de ecologische schade enigszins te beperken door gebruik te maken van dubbel glas en elektrische verwarmingsmatten.

Er zijn betere alternatieven voor het verwarmen van de serre zoals de warmte van een broeihoop (de zogenaamde ‘shitstove’) benutten. De serre aanpassen aan ecologische normen blijft een werkpunt.

Wat zaai ik deze maand?

  • In de platte bakken, onder glas (bij 8 tot 10 graden Celsius): wortel Amsterdamse bak, radijs, lente-ui, snijsla, rucola, de kleine kropsla ‘goudgele Gotte’ en kervel.
  • Op de tafels in de koude kas: erwten in potjes of trays, kropsla, bloemkool, Filderkraut spitskool en rode spitskool om later uit te planten in tuin of platte bak.
  • In de serre onder dubbel glas op een verwarmingsmat (18 tot 20 graden Celsius): aubergine, meloen, paprika, peper, vroege tomaat, basilicum, artisjok, kardoen, zomerprei en kervelrassen.

Wat eten we deze maand?

  • Uit de vrieskou: spruitjes, savooikool, palmkool en boerenkool.
  • Spinazie van onder een minitunnel.
  • Dagelijks witlof uit de kuil.
  • Een gemengde salade van veldsla uit de tuin, met uit de platte bakken: tuinkers, winterpostelein, rucola, peterselie, koriander, molsla, andijvie en chicoreiblaadjes.
  • Voor de soep hebben we pompoen en ui uit de bewaring, winterprei uit de tuin, kervel en selderij uit de platte bak en knolselderij, wortel en pastinaak uit de kelder.
  • Nog meer keldergroenten: aardappel, rode biet, raap de Nancy, schorseneer, rammenas en wortelpeterselie.
  • Specialiteit van het seizoen: kardoen (de stelen worden in de kelders gebleekt) en huisgemaakte zuurkool.

 


Nog meer leuke verhalen?


In elk nummer van Seizoenen ontdek je meer dan 40 pagina’s over ecologisch tuinieren, koken en leven. Met heel wat praktische tips waarmee je gemakkelijk zelf aan de slag gaat.

 
Wil je Seizoenen graag ontvangen? Als lid van Velt krijg je tweemaandelijks een nummer in je brievenbus. Dus 6 keer per jaar, en dat voor slechts € 30.
 

Word lid en ontvang Seizoenen 6X per jaar

 

 

 



 
Benieuwd hoe Seizoenen eruit ziet? Lees onderstaand nummer helemaal gratis.

Tekst Gust Duchamps, foto’s Sandra Gelissen